CONVOCATIE
is gestuurd naar alle (?) leden en
heeft gestaan in OB-23 in het blad draf- en rensport nr. 23.
Jaarvergadering Vereniging van Fokkers van Draverspaarden:
op woensdag 29 juni 2016 in het Van der Valk-hotel te Emmeloord
(adres Het Hooiveld 9, postcode 8302 AE), voorafgaand aan de koersmeeting aldaar.
Mocht de koersen worden geannuleerd, dan gaat deze Jaarvergadering gewoon door.
Agenda
Vanaf 13:00 uur: Ontvangst met een kopje koffie
Om 13:30 uur: aanvang Jaarvergadering
De koersmeeting van Emmeloord vangt aan om 17:00 uur.
In het linkermenu vindt u onder [over ons] [jaarverslagen]:
deze agenda, de notulen van de vorige jaarvergadering en het jaarverslag 2015.
Toelichting op de 4 stellingen (agendapunten 11.a. t/m 11.d.):
11.a. Afdracht fokpremies
(NA OVERLEG MET HET BESTUUR VAN DE STG. NDR IS DIT PUNT ALS VOLGT GEWIJZIGD)
De Fokkersvereniging heeft geen ledenadministratie. Alle bij de NDR geregistreerde fokkers zijn automatisch lid van onze vereniging vanaf het moment dat ze een veulen hebben ingeschreven tot ca. 2 jaar nadat het laatste fokproduct de laatste fokpremie heeft verdiend. We kijken niet zo nauw, want er is geen vaste jaarlijkse contributie aan het lidmaatschap verbonden. Van elke in Nederland uitgekeerde fokpremie wordt automatisch een 20e deel op de rekening van de Fokkersvereniging gestort. De fokpremie bedraagt dus eigenlijk 9,5 % en 0,5 % dient ter stimulering van de fokkerij. Een fokkerijfonds dus, beheerd door de Fokkersvereniging, d.w.z. alle fokkers. Een prachtig systeem, dat we voorlopig nog zo willen houden.
Om het aantal veulenregistraties omhoog te brengen gaat de NDR de niet-uitgekeerde fokpremies (ca. € 7.000 per jaar) plus nog een groter bedrag inzetten voor verlaging van de kosten voor het fokken van NL-veulens.
11.b. Europese Fokpremies
Er wordt nog steeds zeer nationalistisch gedacht in Europa. Toen er in oktober 2014 in de UET-Breeding Commitee werd gedebatteerd over ons voorstel om te komen tot Europese fokpremies, was geen enkel land het met ons eens. Geen van de officiële drafsport-organisaties zag er heil is. In heel Europa gaat de sport en fokkerij achteruit en misschien moet het eerst nog veel slechter gaan, voordat men tot samenwerking bereid is. Ook in Frankrijk krijgt men zorgen, want de toto-omzetten dalen. Het aantal veulens daalt bijna overal, behalve in België. De Fokkersvereniging zal de internationale ontwikkelingen blijven volgen en contacten blijven onderhouden. Maar we moeten wel ons eigen plan trekken en snel handelen voordat het helemaal te laat is.
In de meeste Europese landen worden de fokpremies betaald uit de algemene middelen (toto-inkomsten) of uit landelijke overheidssubsidies, met de bedoeling om daar de eigen draverfokkerij mee te stimuleren. Dit doet men vaak al langer dan een halve eeuw. In dat opzicht is het wel begrijpelijk dat men geen fokpremies wil uitkeren aan fokkers van buitenlandse fokproducten. Dit is de reden waarom in Nederland en sommige andere landen de fokpremies doorschuiven als er een buitenlander in de uitslag voorkomt. Verandering hiervan vergt een omslag in het denken en er moeten wetten, reglementen en administratieve systemen voor worden gewijzigd. Om te komen tot Europese fokpremies zal nog heel wat lobby-werk nodig zijn. Inmiddels hebben we contact gekregen met enkele toon-aangevende fokkers uit andere landen (o.a. Italië en Duitsland), die begrijpelijk nu wel heil zien in grensoverschrijdende fokpremie betalingen. Dit kan natuurlijk via bilaterale overeenkomsten worden geregeld, dus tussen twee landen, maar de kans dat dit lukt is heel klein. Wij willen natuurlijk wel fokpremies ontvangen in Duitsland, maar of de Duitse fokkers dit ook willen toestaan is maar de vraag. En moeten wij de Italianen fokpremies geven, terwijl onze eigen paarden nooit in Italië aan de start komen? Ons bestuur vindt dat we niet selectief moeten gaan onderhandelen, want dat is tot mislukken gedoemd. We moeten het Europees aanpakken en met een groep landen afspraken gaan maken. Je weet als fokker namelijk niet waar jouw fokproducten ooit terecht zullen komen en het is daarom handig als de groep aangesloten landen zo groot mogelijk is. Het is ook goed voor de promotie van de draverfokkerij in heel Europa. Wij denken in eerste instantie aan alle landen, behalve Frankrijk en Zweden, die meestal hun eigen weg gaan en tot nu toe van alles hebben tegengehouden. Maar voordat er onderhandelingen worden gestart, willen we eerst de vraag stellen hoe de Nederlandse fokkers hierover denken. Dit is de tweede principiële vraag in het enquête formulier.
11.c. Late Entries:
Sommige trainers en eigenaren willen graag dat Late Entries mogelijk worden voor onze Klassiekers, omdat dan de potten worden vergroot. Daar zit natuurlijk ook een portie eigen belang in. Het Bestuur van de Fokkersvereniging is hier een felle tegenstander van en vindt het oneerlijke concurrentie ten opzicht van fokkers, die al veel geld hebben geïnvesteerd in hun fokproducten. Het wordt als zeer oneerlijk beschouwd als er in een later stadium enkele veelbelovende jonge, vaak buitenlandse dravers aan de reeds ingeschreven Nederlandse veulens worden toegevoegd. Dit demotiveert onze fokkers en zal ertoe leiden dat de potten juist kleiner gaan worden. Dit betreft enquêtevraag III.
11.d. Reddingsplan
Het Bestuur van de Fokkersvereniging ziet vooralsnog weinig in een samenvoeging van Stamboeken (bijv. Nederland met Duitsland en/of België), omdat dan het hele bestel met de Klassiekers op de schop moet en de voordelen niet opwegen tegen de nadelen. Bovendien hebben we met ons kleine stamboek een slechte onderhandelingspositie. Een beter alternatief is het inmiddels bekende Reddingsplan, omdat dit snel is te implementeren en we daar geen buitenlandse of UET toestemming voor nodig hebben. We doen precies hetzelfde als wat de Fransen doen, alleen omgekeerd. Buitenlandse veulens kunnen door een NL-fokker (fokker met een NL-paspoort, NIEUW!!) ook in een NL-Bijboek (of Appendix) worden geregistreerd en krijgen dan alle voordelen van onze inlanders. Misschien wordt het aantal NL-stamboek registraties kleiner, maar met de Bijboek paarden erbij geteld worden de jaargangen veel groter en daar gaat het om. De doteringen van de Klassiekers komen op een hoger niveau en fokkers van de Bijboek-paarden krijgen fokpremies in meer (2 of 3) landen. Jaarlingen worden meer waard. Voor NL-Stamboek-paarden zullen extra voordelige tarieven en andere voordelen gaan gelden, zoals de Triple Crown bonus. Ze worden ook meer waard dan wanneer we alles bij het oude laten. Lees de 24 (!) voordelen van dit plan op onze website (onder Hot Item 3).
Ook Duitsland of een ander land zou dit Reddingsplan kunnen implementeren. Dan hebben we een gelijkwaardige positie en behouden we toch onze autonomie en ons eigen koersbestel met in beide landen voordelen. Maar wij kunnen niet op onze meest voor de hand liggende partner Duitsland wachten en dat hoeft ook niet. Dus zo snel mogelijk ons eigen Reddingsplan invoeren is het voorstel van het Bestuur van de Fokkersvereniging, liefst al met ingang van 2017. Dit is enquêtevraag IV.
Enquête
In de enquête in de Breeders Special 2015 werd iedereen gevraagd om op de onderstaande stellingen te reageren:
De stellingen I en II zijn alleen bedoeld voor fokkers
De stellingen III en IV zijn bedoeld voor iedereen, ook eigenaren, trainers, etc.
(wel / niet: doorhalen wat niet gewenst is of omcirkelen wat wel is gewenst)
Stelling I. Afdracht fokpremies:
De afdracht van een 20e deel van de fokpremies moet stoppen en de Fokkersvereniging moet proberen benodigde gelden uit een andere bron te verkrijgen.
Reactie I: Ik ben het wel / niet eens met deze stelling
Stelling II. Europese Fokpremies:
De Stichting NDR mag overeenkomsten afsluiten met een groep Europese landen om zo te komen met wederzijdse betaling van fokpremies aan elkaars fokkers. De fokpremies schuiven dan in ons land veelal niet meer door, maar onze eigen fokproducten krijgen wel fokpremies in de meeste landen om ons heen en dat kan soms aardig oplopen.
Reactie II: Ik ben het wel / niet eens met deze stelling.
Stelling III. Late entries:
Late entries voor onze Klassiekers moeten we beslist niet doen.
Reactie III: Ik ben het wel / niet eens met deze stelling.
Stelling IV. Reddingsplan:
Het Reddingplan moet zo snel mogelijk worden ingevoerd.
Reactie IV: Ik ben het wel / niet eens met deze stelling.
Er zijn heel weinig
enquêtes ingestuurd. U kunt dit alsnog doen.